Kunstdokter

https://www.healthvalley.nl/actueel/archief/column-dirk-de-korne-kunstdokter

Als je bent uitgeloot voor de studie geneeskunde zijn er verschillende alternatieven. Het zorgende type dat graag mensen schoonhoudt, kiest voor verpleegkunde. Als je lichaamssappen liever door de microscoop bekijkt, ga je voor biologie. Houd je van vergaderen? Dan doe je beleid en management gezondheidszorg. En als je echt geestig bent, schuif je aan bij psychologie.

 Al mijn niet-uitverkoren klasgenoten en ik kozen soortgelijke richtingen. Behalve Carola. Zij ging voor de opleiding kunstmatige intelligentie. Dat leek iets heel anders dan geneeskunde. Maar vandaag, achttien jaar later, neemt kunstmatige intelligentie een steeds grotere plaats in de zorg in. Carola had een vooruitziende blik

IBM Watson en Google DeepMind
Wat is kunstmatige intelligentie precies? Het is al moeilijk om intelligentie te definiëren, laat staan de kunstmatige variant ervan. Kunstmatige intelligentie  is de wetenschap die zich bezighoudt met het creëren van dingen die een vorm van intelligentie vertonen. De schaakcomputer Deep Blue bijvoorbeeld. Al in 1997 won deze computer van wereldkampioen Kasparov. IBM, de maker van Deep Blue, werkte de techniek verder uit en in 2011 versloeg zijn supercomputer Watson alle menselijke deelnemers in een quiz. Sinsdien richten IBM en andere partijen, zoals Google DeepMind, zich op het verbeteren van de zorg met behulp van kunstmatige intelligentie.
We kunnen ons vandaag al geen goede zorg meer voorstellen zonder slimme machines. Toen mijn ogen gelaserd werden (waardoor ik opeens zonder bril boven deze column verscheen), wilde ik natuurlijk een betrouwbare oogchirurg. Maar eigenlijk werd het leeuwendeel door de computer gedaan. Een succesvolle behandeling is vooral afhankelijk van de precisie van de laserstralen die mijn hoornvlies bewerken. Zelfs als stralen plotseling moeten worden bijgesteld, bijvoorbeeld omdat ik mijn oog onverwachts beweeg, doet de computer dat sneller en beter dan de mens.
Het belang van een goede menselijke specialist blijft – bijvoorbeeld inde beoordeling of het oog wel of niet voor behandeling in aanmerking komt. Of in de keuze beide ogen op één dag te behandelen. Vooral diagnostische specialismen zoals radiologie en microbiologie zullen drastisch veranderen. In het beoordelen van structuren en bepalen of het ‘pluis’ of ‘niet pluis’ is kan de computer grote diensten bewijzen.

Chattende robot
In Singapore zijn we samen met een technische universiteit en een aantal bedrijven bezig met kunstmatige intelligentie als alternatief voor een doktersconsult te testen. Een door de professor geschreven handboek voor zwangerschap en geboorte wordt omgezet in computertaal en de nieuwe ouders kunnen hun vragen stellen aan een chattende robot, een ‘chatbot’. De computer kan zelf leren van elke nieuwe vraag die gesteld wordt.
Een dokter die een patiënt ziet, doet feitelijk hetzelfde. Hij vergelijkt de informatie van een individuele patiënt met wat hij eerder heeft geleerd en met wat bekendstaat als normaal. Groot voordeel voor de denkende computer is dat dagelijks toegevoegde nieuwe informatie, bijvoorbeeld nieuwe resultaten van onderzoek dat aan de andere kant van de wereld werd uitgevoerd, direct beschikbaar is. Een individuele arts kan met het bijhouden van zijn vakliteratuur nooit zo up-to-date blijven als een computer.
Kunstmatige intelligentie heeft de potentie de zorg beter te maken. De zorg heeft grote behoefte aan informatica-experts, jongeren die kunnen programmeren, en hun hand niet omdraaien voor ’big data‘. Wil je mensen echt beter maken? Ga informatica studeren.

Zeeuwse zorgmarinier

Een marinier is volgens Wikipedia een militair gespecialiseerd in militaire operaties op of rond de zee. Dus Zeeland, dat voor 40 procent uit water bestaat, klinkt als een heel logische plaats voor een marinierskazerne die op wereldniveau indruk maakt. De strijd op en tegen het water zit in het DNA: denk alleen al aan Michiel de Ruyter en de deltawerken.

Ouderenzorg is volgens Wikipedia de vervulling van de speciale behoeften en vereisten die uniek zijn voor ouderen. Zeeland, de meest vergrijsde provincie van het land, klinkt als een heel logische plaats voor een ouderenzorgorganisatie die op wereldniveau indruk maakt. Met het ontwikkelen van succesvolle concepten rond kleinschalig wonen en sterke gemeenschappen die voor elkaar zorgdragen, zijn we daar immers al jaren bezig.

Net als de mariniers denk ik dus dat Zeeland een perfecte plaats is om te leven en te werken. En in verbondenheid met hen is dit mijn laatste column vanuit Singapore. Volgende week hopen we na ruim zes jaar terug te trekken. Naar Zeeland.

Ik weet vanaf mijn studententijd al dat geneeskundestudenten er niet op zitten te wachten dat ze in Zeeland geplaatst worden voor een coschap. In hun beleving is het ver weg en is er niets te doen. Om het imago te verbeteren, wijst Zeeland zelf ook vooral op de rust. Dat is echter juist niet waar je jonge mensen mee aantrekt!

En het is in mijn beleving ook niet het ‘werkelijke’ Zeeland. Voor zover er een algemene lijn te trekken valt, bestaat dat uit hardwerkende, nuchtere, zelfvoorzienende (het windmolenpark bij Bruinisse is het grootste burgerinitiatief van het land) mensen die niet zomaar een beroep op een ander doen. Met soms een overwaardering van de eigenheid van de Zeeuwse diensten, producten en mensen. Maar ondertussen gebeuren er in Zeeland op economisch gebied mooie dingen. Niet alleen heeft het de beste uien en mosselen ter wereld en zijn er veel sterrenrestaurants, maar wat te denken van 3D geprinte lenzen, kogelwerende vesten voor arrestatiesteams en mariniers (!) en slimme luifelverlichting voor tankstations?

In de gezondheidszorg zijn we wereldwijd bezig met een beweging van ”zorg” naar ”gezondheid”. En gezondheid is bij uitstek een thema waar Zeeland sterk in is; de ”gezonde Zeeuwse lucht” spreekt boekdelen. Neem daarbij het feit dat geografische afstand door technologie als beeldbellen en kunstmatige intelligentie kan worden overbrugd, en ik zie een boeiend nieuw hoofdstuk als het om werken gaat.

Dichter bij opa en oma wonen, is natuurlijk ook een reden voor de terugkeer. Iets wat Aziaten heel goed begrijpen. Niet alleen vanuit zorgoogpunt (ze zijn gelukkig nog goed gezond), maar het geeft vooral de kinderen de mogelijkheid voor meer binding. Want skypetechnologie is mooi, maar het werkt alleen als je elkaar al kent en een band hebt opgebouwd. Weliswaar spreekt onze oudste Singaporees-Nederlandse lieverd Zeeuws als eerste taal (en ook zij haalt de ”g” en de ”h” al een beetje door elkaar als ze „’t Gijgend gert” zingt), we merkten vooral tijdens verlof dat het opbouwen van een band pas begint als je er bent.

Velen zeggen dat terugkomen moeilijker is dan weggaan. Het is een zegen te mogen weten dat we pelgrims blijven. Het voelt niet zozeer als terugkeren, het is meer het volgende station. Waar we ook geroepen worden onze pinnen niet te vast te slaan en in hoop en verwachting te leven.

En misschien komen we wel met meer hoop en verwachting terug. God de Heere is immers dezelfde! We mogen in Nederland bezorgd zijn, omdat het donker is. Maar het licht van de Zon der gerechtigheid schijnt nu aan de andere kant van de wereld. We hoeven ons dus als christenen niet in een hoekje te laten drijven door liberalen en atheïsten. Wat dat betreft heb ik Maarten ’t Hart en Franca Treur (ik waardeer hun boeken zeer en heb ze in de kast staan) nooit begrepen: als je even buiten Nederland kijkt, komen veel zaken waarin zij vastlopen zo in een ander perspectief te staan. Conservatieve christenen vind je niet alleen in een hoekje in Nederland, maar wereldwijd. Net als mariniers.

Gasten en vreemdelingen

https://www.rd.nl/opinie/column-gasten-en-vreemdelingen-1.1602939

Ik werk niet bij een christelijk bedrijf. Dat heb ik nooit gedaan. Bessen trekken, post bezorgen, lesgeven op de universiteit, managen in het ziekenhuis: nooit vroeg iemand me waarom ik niet bij een christelijke instelling werk. 

Sinds ik in de ouderenzorg in Zeeland werk, is dat anders. Want daar zijn immers ook christelijke zorgaanbieders actief. Wat is dan beter: Je hart geven aan een bedrijf waar iedereen welkom is? Of je ziel aan een instelling waar je naar Bijbelse normen en waarden dienstbaar kunt zijn aan de eigen achterban? Ik heb nooit bewust de keus gemaakt om bij een niet-christelijke organisatie te werken. Dat is gewoon zo gelopen. Of misschien moet ik zeggen: zo bestuurd. Want God heeft steeds een plaats gegeven, zo heb ik dat wel ervaren.

Veel zorginstellingen hebben christelijke wortels. Gasthuizen werden in de middeleeuwen door christenen opgericht. Uit de gasthuizen ontstonden de huidige instellingen. De bouw van een gasthuis begon veelal met de bouw van een kapel. De zorg voor de ziel ging voor die van het lichaam. Een aantal gasthuizen nam in de 17e eeuw een chirurgijn in dienst. Die kreeg een verbandzaal, waar hij operaties uitvoerde. Later gingen ze ook doctoren toelaten en ontwikkelden deze gasthuizen zich tot ziekenhuizen. Andere gasthuizen ging zich toeleggen op huisvesting, verzorging en verpleging van ouderen. Welgestelden konden eigen kamers huren, minderbedeelden werden op zalen ondergebracht. De huidige opmars van privéwoningen voor kwetsbaar wordende ouderen met geld heeft oude papieren.

De geschiedenis van de stichting waar ik werk, begint 75 jaar geleden, bij de bevrijding van Nederland. Bij de inundatie van Walcheren werd de zeewering op vier plaatsen door geallieerde bombardementen vernield. Grote delen kwamen onder water te staan. In Westkapelle kwamen 158 mensen om. En vandaag zijn er nog steeds ‘waterwoningen’, die vochtig zijn doordat het zout in de muren water aantrekt.

In de jaren na de bevrijding was er grote behoefte aan huisvesting voor ouderen. Verschillende kerkelijke en burgerlijke gemeenten kwamen in 1949 samen en vormden een gezamenlijke stichting. De vele zelfstandige gemeenten en de strenge kerkelijke scheidslijnen konden niet voorkomen dat er een breed bestuur werd samengesteld. Met onder anderen voorzitter burgemeester A. Stemerding van Souburg, gedelegeerde namens de gemeenten, secretaris ds. H. Veldkamp namens de gereformeerde kerken, penningmeester burgemeester D. Kodde van Zoutelande namens de gereformeerde gemeenten en mevrouw dr. A. Bakker namens de doopsgezinde en lutherse gemeente als algemeen adjunct. Daar zou je het toch bijna warm van krijgen. Dat staat en kerk zo samenwerken en opkomen voor kwetsbaren ouderen.

Zorg dichtbij is belangrijk. Liefst thuis, maar dat lukt niet altijd. In Zeeland vinden veel mensen het belangrijk dat ze ”op het dorp” kunnen blijven. In onze jonge dagen klitten we als refo’s immers ook niet bij elkaar in getto’s. We wonen op veel plaatsen met verschillende zienswijzen broederlijk naast elkaar. Wel in, niet van de wereld. Natuurlijk, als het minder gaat en je keuzes zelf niet meer maken kunt, wil je dat er inzicht is in en respect voor je leefwereld. Dat je moeder niet met een oranje sjaal voor de tv gepland wordt, terwijl ze nooit iets met voetbal noch dat kastje heeft gehad. Dat gebeurt ook in de door Kodde en Bakker opgerichte stichting. In verschillende dorpen zijn groepswoningen speciaal bestemd voor mensen met een reformatorische leefstijl. Daar gelden christelijke waarden. En worden christelijke medewerkers ingezet. Die bijvoorbeeld zijn opgeleid bij het beste mbo van Nederland.

Studenten van die reformatorische school worden overigens in de hele organisatie gewaardeerd. Als het op kwaliteit aankomt, merken velen dat de studenten een goede basis hebben. En een mentaliteit die ook een algemene organisatie ten goede komt waarvan ”vrijheid, nabijheid, gelijkwaardig en verantwoordelijk” de pijlers vormen.

Niets nieuws, gewoon terug naar hoe het begon: gasten en vreemdelingen, diep geworteld – en midden in de wereld.